Werkende en niet-werkende principes

Het meest verrast zijn de medewerkers van de pilotprojecten over het effect van een aangepaste werkwijze op het succes bij de doelgroep. Wat voorheen een haast onmogelijke opgave leek, bleek met een paar aanpassingen verrassende resultaten op te leveren. Op de meeste locaties blijkt het enthousiasme van de nieuwe deelnemers niet alleen aanstekelijk te werken op nieuw te werven deelnemers, maar het heeft ook een stimulerend effect op de projectmedewerkers zelf. Een greep uit de reacties:
“Ik had niet verwacht dat er zoveel animo zou zijn”; “Ik heb een stabiele groep vol actieve enthousiaste deelnemers, die willen volhouden!”; “Deelnemers blijven regelmatig komen, dat is me nog niet eerder gelukt!”; “Door mijn intiemere contact en open houding heb ik meer begrip gekregen en minder vooroordelen”.
Hoe komt het dat het met deze aanpak  wel lukt om allochtonen in een Gecombineerde Leefstijl Interventie te betrekken? Wat zijn de elementen die ervoor zorgen dat het werk? Deze vraag is voorgelegd aan de pilotmedewerkers. Hieronder de antwoorden.

  • Welke onderdelen van de aanpak zijn essentieel voor het slagen van het project?
  • 1. Binnenhalen van de doelgroep, via specifiek aanbod

    - Maak een duidelijke keuze voor een bepaalde doelgroep. Ga uit van de community (zie document “op zoek naar de community”).
    - Verwijs door naar een specifiek op deze doelgroep gericht beweegaanbod of organiseer (eventueel tijdelijk) dat specifieke aanbod zelf.
    - Neem de tijd voor het werven van deelnemers. De deelnemers moet vertrouwen krijgen in de organisatie, de contactpersoon en in de interventiegroep, voordat hij/zij gaat deelnemen
    - Ingaan op positieve gezondheidseffecten werkt vaak goed.

     

    Tips voor het organiseren van een specifiek activiteiten aanbod:
    - Sluit aan bij activiteiten waar de doelgroep al aan deelneemt in een vertrouwde omgeving, bijvoorbeeld een koffieochtend in het buurthuis of een moskeebezoek.
    - Vraag of je tijdens zo’n activiteit voorlichting mag geven over bewegen en gezondheid.
    - Wees helder in de communicatie met de doelgroep. Zie voor meer informatie hoofdstuk 'Communicatie met doelgroep'.
    - Laat, indien mogelijk, de voorlichting verzorgen door een vertrouwenspersoon of werk er nauw mee samen.
    - Je kan ook huisbezoeken doen om mensen individueel te benaderen, te informeren en uit te nodigen.
    - Organiseer activiteiten in een bekende, vertrouwde omgeving of organiseer gezamenlijk vertrek vanuit de vertrouwde omgeving naar het beweegaanbod.

  • 2. Gebruik van sleutelfiguren

    - Schakel sleutelfiguren in bij de werving en tijdens de uitvoering van activiteiten.


    Een sleutelfiguur is een informeel leider van de doelgroep, die het vertrouwen geniet van de individuele leden van de groep. Sleutelfiguren lossen zelf geen problemen op, maar kennen  wel de weg en vervullen een verwijsfunctie. De sleutelfiguur is een onomstreden intermediair; de schakel tussen de doelgroep en het project. Sleutelfiguren spreken de taal van de doelgroep en weten wat hen motiveert. Daarnaast leveren zij essentiële
    informatie over de doelgroep (en wat er bij de doelgroep leeft), waardoor het
    project beter afgestemd kan worden.



     

  • 3. Actieve participatie van de doelgroep

    - Betrek de deelnemers actief  bij de inhoud en uitvoering van het project.
    - Informeer naar wensen en verwachtingen ten aanzien van:
      • Dag en tijdstip van de activiteit
      • Vorm en inhoud van de activiteit
      • Locatie
      • Ervaring met en niveau van bewegen
    - Vraag naar kennis- (Wat weten jullie van bewegen en gezondheid?), houding- (Hoe denken jullie over bewegen en gezondheid?) en gedragsaspecten (Wat doen jullie op dat gebied?).

     

    Door actieve participatie  sluit het project beter aan bij de behoeften en mogelijkheden van de deelnemers. Het resultaat is dat er veel meer gebeurt met de deelnemers, dan alleen bewegen. Deelnemers worden zelfverzekerder, voelen zich gewaardeerd, werven zelf nieuwe deelnemers en zo ontstaan er weer nieuwe groepen.

  • 4. Een passend aanbod creëren

    - Begin met een divers aanbod. Mensen met weinig beweegervaring kunnen moeilijk aangeven wat ze leuk vinden. Laat ze kennis maken met verschillende sportvormen, zodat ze een betere keus kunnen maken.

    - Neem zoveel mogelijk drempels voor deelname weg. Denk daarbij aan: de kosten, de bereikbaarheid, de veiligheid, de accommodatie, kleding eisen, aanwezigheid van mannen en inkijk (bij vrouwengroepen) en plezier.

    - Houd rekening met de leeftijd en het niveau van de doelgroep bij de activiteitenkeuze. Het startniveau van allochtone vrouwen ligt vaak aanzienlijk lager dan bij autochtone leeftijdsgenoten.

    - Bouw meetmomenten in, bijvoorbeeld voor meer bewegen (ook in dagelijks leven), toename conditie en/of afname gewicht. Vooruitgang werkt enorm motiverend.

    - Mensen komen ook voor het sociale aspect. Speel daar op in , bijvoorbeeld door 5 minuten “inlopen voor kletspraatjes” en of door na afloop thee/koffie te drinken.



  • 5. Zorg voor gekwalificeerde en cultuursensitieve beweegbegeleiders

    - Zet gekwalificeerde beweegbegeleiders in, die op een verantwoorde manier kunnen omgaan met de fysieke beperkingen van de doelgroep.
    - De beweegbegeleider moet interesse in en empathie voor de doelgroep hebben. Lesgeven aan deze groepen vraagt om een wezenlijke andere houding en aanpak van de beweegbegeleider. Cultuursensitiviteit is gewenst.
    - Zorg voor de zekerheid voor een vrouwelijke beweegbegeleider voor vrouwengroepen en een man voor mannengroepen. Als dit niet lukt, vraag dan eerst aan de groep of het een probleem is.

     

  • 6. Een goede samenwerking tussen eerste lijn zorg en sport/bewegen

    - Vraag beweegaanbieders uit de wijk om een (tijdelijk) aanbod te verzorgen in het gezondheidscentrum/bij de fysiotherapie. Voordelen:
      • de kosten van beweegactiviteiten zijn aanzienlijk lager
      • het bevordert de medewerking van collega’s en huisartsen, doordat het 
         zichtbaar is in het centrum
      • het maakt de uitstroom gemakkelijker, doordat de beweegbegeleider al
        bekend is en hij/zij kan zorgen voor een soepele overgang
    - Maak gebruik van buurtsportcoaches als schakel tussen de eerste lijn zorg en de sportaanbieders in de wijk
    - Zorg dat de beweegactiviteiten in kaart gebracht zijn, bijvoorbeeld in een sociale  (sport & beweeg) kaart (met link naar toolbox bk). http://www.beweegkuur.nl/toolbox-zelfm./sociale-kaart.pdf

  • 7. Een functionele lokale en regionale samenwerking

    Belangrijk voor het slagen van gecombineerde leefstijlinterventies zoals Bekal  is een goede samenwerking tussen de zorg, de sport- en beweegsector en organisaties in de buurt. Tijdens de pilots van Bekal  zijn regionale en lokale netwerken en samenwerkingsverbanden gebouwd, waarbinnen zorgprofessionals, sport- en beweegaanbieders,  buurtorganisaties, gemeenten en provinciale sportraden met elkaar samenwerken. Daarbij is kennis opgedaan over wat werkt.  Vanuit de beweegkuur is  de opgedane kennis gebundeld in de ‘Netwerkwijzer zorg, sport en bewegen’.   http://www.beweegkuur.nl/netwerk-zorg-sport-bewegen/netwerkwijzer-zorg-sport-bewegen.html


    Hieronder enkele aanbevelingen vanuit de pilots.
    - Betrek vanaf de start andere partijen bij het project  en formuleer een gezamenlijk doel.  Betrokkenheid bij de planvorming leidt tot meer betrokkenheid bij de uitvoering.
    - Samenwerken met (allochtone) buurtorganisaties is  belangrijk (bijv. het buurthuis, de zelforganisatie, de moskee).
    - Zorg ervoor dat de juiste partijen aanhaken, door gedeelde succesfactoren. Maak de samenwerking voor iedereen interessant.
    - Neem niet de volledige regie, maar zorg voor gedeelde verantwoordelijkheid.
    - Informeer elkaar veelvuldig. Creëer een open houding, waarin sprake is van wederzijds vertrouwen.
    - Vergeet niet om naast de resultaten, ook het samenwerkingsproces te evalueren.
    - Een goede samenwerking leidt tot een verdiepingsslag en een kwaliteitsverbetering.

     

  • 8. Inbedding van de aanpak en activiteiten

    - Zorg voor voldoende draagvlak voor de aanpak, zowel intern (management
      en directie) als extern (beleidmakers en financiers). Draagvlak kan je
      creëren door o.a.:
      • Goede voorbeelden te communiceren
      • Een communicatieplan (wie moet wanneer en waarover geïnformeerd
         worden?)
      • Pleitbezorgers in te zetten
      • Monitoring en evaluatie (aantonen dat de aanpak werkt)


    - Gedeelde inzet en verantwoordelijkheid leidt tot het spreiden van het
       risico’s. Als er één schakel uitvalt is dat misschien nog op te vangen door
       andere partners/financiers in het project.
    - Leer en ondersteun de doelgroep om zelf verantwoordelijkheid te dragen
      voor de organisatie en voortzetting van de activiteiten (onderbrengen bij
      beweegaanbieder in de buurt, zelf financiering aanvragen, e.d.), zodat je
      zelf weer tijd vrij kunt maken voor nieuwe doelgroepen.
    - Maak gebruik van de financieringsmogelijkheden, die er zijn (gemeenten,
       lage SES, WMO, buurt budgeten, etc.-, zorgverzekeraars, etc.)