Niveaus van participatie

Niveaus van participatie: participatieladder van Pretty

0. Geen participatie
Mensen worden niet geïnformeerd over plannen; alleen over de activiteiten waar ze bij betrokken zijn.

1. Passieve participatie
Professionals hebben volledige controle over het programma, de planning en de organisatie van activiteiten, het leggen van contacten en zijn verantwoordelijk voor de financiering. Mensen worden geïnformeerd over plannen.

2. Participatie via informatie
Mensen worden geïnformeerd over het programma en de activiteiten en worden betrokken via het stellen en beantwoorden van vragen.

3. Participatie via consultatie
Mensen worden geconsulteerd over het programma en er wordt geluisterd en gehandeld naar hun visie als de professionals dat nodig achten. De besluitvorming ligt bij de professionals.

4. Functionele participatie
Mensen zijn meer betrokken bij het proces van besluitvorming. Ze doen actief mee aan de ontwikkeling van programma’s en activiteiten. Professionals hebben de controle in handen en nemen uiteindelijke besluiten.

5. Interactieve participatie
Mensen zijn betrokken in een partnership met professionals in planning en implementatie van activiteiten. Besluiten worden gezamenlijk gemaakt en mensen leveren hulpbronnen aan.

6. Zelf-mobilisatie
Professionals staan op de achtergrond in het programma. Mensen maken onafhankelijke keuzes, leggen hun eigen contacten en hebben volledige controle over planning en implementatie van activiteiten. De meeste financiering wordt gevonden door mensen zelf, die ook controle hebben over de besteding.


Naast de participatieladder van Pretty zijn er ook andere indelingen van participatie. In de Nederlandse gezondheids bevordering wordt ook de volgende indeling gebruikt: (zie http://www.nigz-toolkits.nl/wb/media/tools/Handreiking%20Participatie%20Allochtonen%20GB.pdf)

Meedoen: de doelgroep neemt deel aan een interventie. Deze vorm betreft geen actieve participatie en komt in deze handleiding alleen zijdelings aan de orde.
Meewerken: de doelgroep werkt daadwerkelijk mee in een interventie bijv. bij de werving van deelnemers of als voorlichter.
Meedenken: de doelgroep is betrokken bij de voorbereiding en uitvoering van een activiteit of van beleid, maar alleen als adviseur en niet als meebeslisser.
Meebeslissen: de doelgroep is betrokken bij de keuze voor de doelstelling en de opzet van de activiteit of het beleid: wat, wanneer en hoe het gedaan wordt.