Ervaringen

Ervaringen van pilotlocaties met verschillende niveaus van participatie

Ervaringen van pilotlocaties met actieve participatie zijn ingedeeld naar 4 niveaus: meedoen, mee-organiseren, meedenken en meebeslissen.
In onderstaande worden hiervan een aantal voorbeelden gegeven.  


1) Meedoen: deelnemen aan activiteiten, actief bewegen. 

2) Mee-organiseren:
- Uitvoeren van administratief werk gerelateerd aan de beweegactiviteiten (bv. ontvangen en administreren van deelnemersbijdrage),
- Vrouwen hebben zelf een handwerkgroep opgezet vanuit beweeggroep.
- werven van nieuwe deelnemers.
- Af en toe een cooling down activiteit zelf leiden.
- Elkaar stimuleren (door te bellen, of langs te gaan) bij afwezigheid.
- Materialen klaar zetten , opruimen, vertalen voor elkaar.
- Opzetten andere activiteiten.
- Zelf beweegactiviteiten organiseren buiten de beweeggroep, als hardlopen wandelen fietsen, voor henzelf, soms samen.
- Opzetten van nieuwe groep.
- Zelf financiële middelen aanvragen bij de wijkraad.
- Structureel aanbod naar de bestaande groep.

3) Meedenken:
- Als vrouwen eenmaal meedoen, denken ze mee over voortgang beweegactiviteiten: anders, beter, etc.
- Over activiteiten en toekomst.
- Met zorgverlener praten over gezondheid en het bevorderen daarvan.
- Na verloop van tijd kunnen deelnemers meedenken over aanbod in de les en verdere invulling van de les.

4) Meebeslissen:
- Tijdens huisbezoek denkt cliënt mee en beslist mee of ze vervolgstappen neemt en zo ja welke, 
- Deelnemers kunnen zelf keuze maken of worden geholpen een keuze te maken uit verschillende mogelijke beweeggroepen,
- Meebeslissen of en waar ze doorgaan met sporten.
- Over de activiteit, tijden en locatie.
- Deelnemers beslissen mee over type activiteiten. Echter in praktijk is dit gedeeltelijk aanbod gestuurd (i.p.v. vraaggericht), want niet alles kan en dan worden beweegactiviteiten gewoon georganiseerd.
- De groep beslist mee, maar dan via de groepsleider of groepsbegeleider.


Een aantal aanvullende opmerkingen ten aanzien van participatie zijn gemaakt door de pilotlocaties:
- In de wijk is participatie groter dan in het zorgcentrum. Dit is een essentieel gegeven als men als doel heeft zelfredzaamheid te vergroten onder de deelnemers. Inspanningen moeten er dan op gericht zijn om mensen zoveel mogelijk in de wijk te laten bewegen.
- Deelname leidt tot bewustwording, hoe actiever deelname is, in verschillende activiteiten, hoe groter de bewustwording.
- Bij groepen met lage gezondheidsvaardigheden en laaggeletterdheid betekent (actieve) participatie dat er heel kleine stapjes genomen kunnen worden, en ook als zodanig benoemd moeten worden en meetellen als resultaten. Een voorbeeld is dat vrouwen, die uit isolement komen, steeds meer beginnen te praten naarmate ze zich steeds beter op hun gemak voelen in de groep.Resultaat is dat vrouwen opener, vrolijker, en versterkt worden.

Aanbeveling:
- Er is meer aandacht voor participatie nodig.
- Daarnaast is geconcludeerd dat het wenselijk is dat cliënten zelf beweegactiviteiten opzetten voor meerdere beweegmomenten in de wijk, zodat ze aan actieve leefstijl werken.